Zonder Bouwploeg geen Smaakmarkt

De Bouwploeg. Foto’s Margot Ekhart en Jan van der Land

Door Peter Meester

Vrijdagmiddag 13:00 uur, 7 juli 2017. Een groepje kerels en één dame verzamelen zich voor het podium op het Julianaplein. De gevatte opmerkingen vliegen over en weer en omdat sommigen elkaar een tijd niet gezien hebben worden handen geschud en hier en daar ‘gehugd’. Het achtwekelijkse circus dat inmiddels wijd en zijd bekend is onder de naam ‘Smaakmarkt’ staat weer te beginnen en dat betekent dat de bouwploeg weer bij elkaar komt. Ondanks de stralende zon en een temperatuur van 24 graden valt de opmerking: ‘Jammer dat het zulk rotweer is.’
De bouwploeg bestaat sinds 1999 en is een verschijnsel dat is ontstaan rondom ‘Cultural Village’. In wisselende samenstelling werd in dat jaar menig evenement opgebouwd, versierd en gekookt en weer afgebroken voor de deelnemende dorpen uit Europa. De bouwploeg is na al die jaren nog steeds actief en vormt volgens mij een aardige bezigheidstherapie voor de leden.

Naast de fysieke arbeid gaat de bouwploeg verscheidene evenementen te lijf met de toverkracht van humor. Mooi voorbeeld daarvan is het verhaal rondom het toenmalige opbouwen van de tent voor de Oecumenische viering op het dorpsplein. Die viering startte volgens mij in de regel zo rond een uur of 10 en het tijdelijk onderkomen moest voor die tijd in elkaar gezet worden. De tent arriveerde meestal rond een uur of 8 ’s morgens op het plein in de vorm van 70 duizend buizen, koppelstukken, haringen en enkele vierkante meters zeildoek. 

De gemiddelde bungalowtentbouwer weet dat het erg handig is om de buizen met gekleurd plakband te merken zodat het opbouwen efficiënt kan gebeuren zonder dat er diepgaande echtelijke twisten ontstaan. Helaas was dat bij deze tent nooit gebeurd (en nog niet, denk ik). Gevolg was dat een stuk of 12 bouwploegers (waaronder een aantal TH-ers bouwkunde) een half uur lang alle buizen aan alle koppelstukken probeerden te schuiven zonder dat het resultaat in de verte maar deed denken aan een tent. Nadat iedereen uitgelachen was, stond er altijd een slimmerik op die met de oplossing kwam. 

Na zo’n drie kwartier ploeteren ontstond er dan toch enige structuur in het geheel. Zo ook die keer dat Jan de Wildt ons assisteerde en het overzicht hield. Dat overzicht hadden we wel nodig, zo bleek. Na een bedenkelijke blik op het geconstrueerde, meldde Jan: ‘Volgens mij moet ie een kwartslag gedraaid worden!’. Ron Ypma pareerde die stelling op zijn bouwploegs met de vraag: ‘De tent of de kerk, Jan?’ Die keer was de tent nét op tijd klaar. 

De afgelopen vier jaar was de smaakmarkt het evenement waar de bouwploeg onder andere zijn spierballen liet zien en ook dit jaar zijn we weer present. Na zoveel malen opbouwen en afbreken ontstaat er vanzelf een patroon dat afhankelijk van het aantal bouwers meestal resulteert in wachten op het volgende klusje.


Eerst wachten we op de grote aanhanger, als die gearriveerd is, gaan de handjes uit de mouwen en worden de kramen verdeeld over het plein en gemonteerd. De elektriciteit is dan vaak al door Henk uitgerold. Vervolgens gaat er een ploegje bij Frans de fietsenmaker de banken en tafels op een aanhanger stapelen. Nadat die op het plein zijn aangekomen, verdelen we ze grofweg over de geboden oppervlakte. Met uitzetten moeten we wachten tot de kraamhouders hun spul hebben opgebouwd en met hun voertuigen het toneel hebben verlaten. Just in time arriveert Aad met de geluidsinstallatie die we gezamenlijk uit zijn auto halen. Daarna begint het wachten tot we het geheel weer mogen afbreken. Overigens is dat wachten tot we mogen afbreken helemaal geen naar klusje…

Onvermoede kwaliteiten zijn in de bouwploeg aanwezig, als voorbeeld noem ik maar even onze Henk die als oud brandweerman uit Haarlem de alleraardigste mevrouw van de brandweer (die de veiligheid komt inspecteren) aan de hand meeneemt en aan alle kanten inpakt. Wat een charmeur.  

Zwaar werk in zo’n bouwploeg? Je moet een beetje kaakspieren hebben tijdens het opbouw- en afbraakwerk.

 

 

Share

Avonturen met trekker en zweefmolen

Roetz-verslaggever Peter Meester op de trekker met de zweefmolenkoning van Wijk aan Zee.

WIJK AAN ZEE – “Zweven op de zon!”. Menno gaf vol trots aan dat zijn zweefmolen in veel gevallen volledig onafhankelijk van externe energie zijn rondjes kan draaien. Al tijden hadden we het er over dat ik een keertje met hem op de trekker met aangekoppelde woonwagen zou meerijden. 

Een aantal keren ketste dat helaas af doordat onze agenda’s niet tot een vergelijk konden komen. Maar op een mooie vrijdag lukte het dan eindelijk toch: “Trek maar een winddichte jas aan want het kon wel eens fris zijn” voegde hij me de avond er voor toe.

Hij stapte op en gaf aan dat ik op het kussentje op het spatbord kon plaatsnemen. Brullend kwam de vijftig jaar oude trekker tot leven en na enig gemanoeuvreer reden we de Stetweg in op weg naar de Spar… Daar werd gestopt om wat boodschappen te doen. Ik bleef op het spatbord en verbaasde me over de hoeveelheid mensen die zwaaiend en lachend voorbij liepen.

“Daar hoort een ezel voor”: voegde een parkerende automobiliste me toe wijzend op de woonwagen, “Die is in de Spar brood aan het halen” gaf ik als onverwacht antwoord op haar door mijn gehoorapparaten niet goed vertaalde opmerking.
We vertrokken naar de bosbaan in Amsterdam, in het dorp hadden we al diverse malen zwaaiende mensen en fotografen die het bijzondere plaatje vereeuwigden.
Op de Zeestraat in Beverwijk werden we zelfs aangehouden door een familie die zich pontificaal voor de aanstormende trekker gooide om een opdracht voor hun familiedag: “Maak een foto waarop jullie met een landbouwtrekker staan” van de lijst af te kunnen strepen.
De sleep automobilisten die al vanaf het westelijk viaduct achter ons hing wachtte geduldig af tot er weer voortgang in het geheel zat. Via een stukje meubelboulevard en een viaduct over de A9 reden we van het verkeerstechnische gekkenhuis Beverwijk, de polder in.
Vanwege het sonore gebrom van de 4 liter diesel is van rust uiteraard geen sprake, rustgevend is de polder wel. Wat kan het aangeharkte Noord-Hollandse landschap op sommige plekken toch mooi zijn. “Wat ruikt dat heerlijk he dat pas gemaaide gras?” kon ik alleen maar beamen, ik antwoordde dat ze ontdekt hadden welk stofje precies voor die geur zorgt, en dat het binnenkort wel in een potje verkrijgbaar zou zijn.
Ach ja, ik blijf een techneut.
Op een uitwijk plek aan de dijk na Nauerna werd gestopt voor een verfrissing. Zelfs daar midden in het nergens stopte een automobilist om samen met zijn vrouw op de foto te gaan met de combinatie.

Verder ging het richting Zaandam om uiteindelijk bij de hempont te wachten tot er ruimte genoeg was op rijkspont 4. “Hallo Pipo!!!” was de amicale begroeting van 1 van de pontwachters. “Ga maar in het midden staan”.
Op de pont werden diverse gesprekken aangeknoopt onder andere met de Duitse automobilist die pal naast ons stond. Ook de pontwachter kwam nog even langs om te vragen: “Is die woonwagen helemaal origineel?”
Menno antwoordde: ”Ik heb hem bijna helemaal zelf gebouwd, dus dat kun je wel origineel noemen”. Na de pont een stuk industrieterrein waar we opreden met een stel fietsers, dan zij weer voor, dan wij weer. En in ene reden we in Amsterdam op de Nassaukade. Onverstoorbaar leidde Menno de combinatie door de stad. Op de Frederik Hendrikstraat stond een radarpaal die in het oranje meldde: “U rijdt 11 km/uur” alsof het ding het zelf niet geloofde.
Het zinnetje: “Hier heb ik gewoond” of “Hierachter heb ik gewoond”, ontviel mijn chauffeur zich zo vaak dat ik de tel ben kwijtgeraakt. Wel rustgevend om met iemand op een trekker door een wereldstad te rijden waarin hij goed bekend is. Zwaaiende en fotograferende mensen alom, wat een feest.
Nadeel van zo’n stad is de aanwezigheid van de overmaat aan voetgangers, fietsers en aan hun toegekende verkeerslichten. Om met zo’n trekker met aanhang nog even snel door een oranje verkeerslicht te rijden is in goed Nederlands “Out of the question” en dus rolden we een tijdje van het ene naar het andere verkeerslicht.
Niet dat ik me nou zorgen maakte over de bestuurskundigheid van onze zweefmolenaar maar toen we op een bepaald moment een kruispunt met daarop een behoorlijk aantal volwassen tramrails naderden kneep ik toch wat harder in de spatbordsteun.
Kennelijk was de dienstregeling speciaal voor deze gelegenheid aangepast: geen tram gezien. Via de Overtoom, de Amstelveense weg en langs het stadion bereikten we de Bosbaan. Nadat we de combinatie op een 3-tal parkeerplaatsen in het zonnetje hadden gedropt genoten we van een biertje op het aanwezige terras.
Het leven onthaast als je met een woonwagen door het land trekt, dat is goed te merken. De tocht duurde ongeveer 3 en een half uur en het leek wel vakantie. Genoten van elke seconde. Bedankt Menno!

PETER MEESTER 

Share

Het dorp wordt gemaakt door de mensen

Enkele maanden geleden publiceerde de Vrijstaat Roetz het manifest Een Sloot Vol Kiezelstenen. Een visie op lokale journalistiek en samenleving. Het ontwerp bestemmingsplan Wijk aan Zee laat helaas zien dat de lokale overheid in klassieke valkuilen blijft stappen. Er wordt geen gebruik gemaakt van kennis die er in de samenleving is.
De titel van het boek refereert aan een voorval uit 2003, toen er grote fouten werden gemaakt tijdens een bouwproject in het centrum van Beverwijk. Gemeente en bouwbedrijf luisterden niet naar de waarschuwingen van omwonenden dat er onder de grond een oude sloot lag die gedempt was met kiezelstenen. Het gevolg was dat het inslaan van damwanden niet lukte en er grote schade ontstond aan omliggende woningen.

Gemeente en bouwbedrijf volgende weliswaar de juiste procedures, maar hadden niet door dat die procedures niet altijd rechtdoen aan de werkelijkheid. Er zit kennis in de lokale samenleving. Wat er nodig is in de buurt weten de bewoners als geen ander. De oude inspraak- en andere ambtelijke procedures voorzien lang niet altijd in het gebruik van die kennis. Met alle gevolgen van dien.
Het mislukken van Het Huis van de Buurt is hier een schrijnend voorbeeld van. In Wijk aan Zee dreigt hetzelfde te gebeuren. De bewoners zijn met recht angstig voor de ontwrichting van het dorp door het toestaan van woningbouw op grote schaal. Hiermee wordt niet geluisterd naar de unieke kennis die in Wijk aan Zee is opgedaan in de jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw.


Foto Dennis Mantz

Het project Cultureel Dorp onder aanvoering van Bert Kisjes heeft waardevolle inzichten opgeleverd over het functioneren van de samenleving. Zoals Bert Kisjes zelf zegt: Het dorp wordt gemaakt door de mensen die er wonen.  Niet door de voorzieningen, het aantal gebouwen dat er staan. Juist de kleinschaligheid is de kracht van de lokale samenleving.

Vanuit overheid is de neiging om vooral te kijken naar wat er niet is in een dorp. Dan gaat het inderdaad vaak over voorzieningen. Moediger is het om te kijken naar wat er wel is: een bloeiende samenleving, saamhorigheid, een uniek cultureel klimaat, daadkracht en zelfredzaamheid. Daar mag de gemeente Beverwijk trots op zijn.


Bewoners vinden het niet erg om een endje te rijden om gebruik te maken van een bepaalde voorziening. Binnen de lokale samenleving bestaat er een sterk oplossend vermogen. Cultureel Dorp heeft ons geleerd dat de kracht van de lokale samenleving schuilt in de kleinschaligheid. Te denken dat met de bouw van een aantal flats allerlei problemen worden opgelost is een grote fout. Naast de aantasting van het landschap, zal het de lokale samenleving van Wijk aan Zee (die inmiddels wereldberoemd is) kunnen ontwrichten.

Natuurlijk moet er in Wijk aan Zee plek zijn voor de jongeren en ouderen, maar ook daar zijn binnen Cultureel Dorp tal van oplossingen voor aangedragen. Het klakkeloos neerzetten van grote gebouwen is te makkelijk gedacht.

Luister naar de ervaringen van Cultureel Dorp. Luister naar de bewoners van Wijk aan Zee, die de afgelopen twintig jaar betrokken waren bij de opleving van het dorp. Daar zit de kennis die nodig is om de problemen op te lossen. (Van Roetz)

Share

Hoe dichter Bob de liefde hervond


Het gesprek met Bob (geboren in 1989) gaat snel de diepte in. We treffen elkaar in de oude kerk onder de Wijkertoren in Beverwijk. Hij haalt trots zijn debuut uit een tas. Het komt voort uit vriendschap (met zijn uitgever Jeroen Bakker), een toevalligheid (een gebeurtenis in de klas aan wie hij lesgeeft) en een onbeantwoorde liefde.

Het is allemaal vereeuwigd in zijn werk. Ook de droom van de liefde die in duigen viel en de verwerking ervan. ‘Ik was verliefd op een andere man. Ik dacht echt dat hij ook verliefd was op mij. We hadden diepe gesprekken, maakten mooie plannen. Toch kwam het niet verder. Hij was moslim, maar ik weet niet of het door zijn achtergrond kwam dat we toch niet tot elkaar zijn gekomen.’

Toen het niet lukte zette Bob er een punt achter. Het leven is soms een kwestie van snoeien, vertelt hij. Loslaten, al is dat moeilijk. Je snoeit om stilstand te voorkomen, om te laten groeien. Inmiddels is er een nieuwe liefde in zijn leven. Ook een dichter. Die bracht hem in aanraking met poëzie van de grote dichters in de wereld.

De gedichten in zijn eigen bundel noemt Bob zelf liever versjes. Het is bescheidenheid, maar ook een statement. Zijn stijl is spitsvondig, compact en vooral helder. Want Bob wil gehoord worden. Hij heeft niets met wollige poëzie waar je urenlang over moet nadenken. Niet dat het er niet mag zijn, maar dat is niet zijn ding. ‘Ik wil verstaanbaar zijn voor iedereen’, zegt hij.

Een samenloop van omstandigheden. In de periode dat de liefde tegenzat, bezocht een muziekdocent de groep zeven van Bob. Voor een project, waarbij de kinderen ook teksten moesten maken. Meester Bob deed ook mee en maakte een versje. Iedereen was enthousiast en zo werd het vlammetje in hem aangewakkerd.

Er volgde nog een gedicht, nog een gedicht en Bob werd gestimuleerd door alle mooie reacties uit zijn omgeving. Dat is allemaal nog maar een jaar geleden.

Zijn goede vriend Jeroen Bakker, ook dichter en uitgever, zorgde voor de volgende stap. De mensen in mijn omgeving riepen steeds dat ik mijn gedichten uit moest geven. Jeroen trok me over de streep. Zo verscheen deze maand zijn bundel bij Uitgeverij IJmond. Een multimediaal werk, want naast de verzen van Bob bevat het boek ook foto’s van Olof Wessels en linkjes (qr-codes) naar video’s op zijn Youtube kanaal.

‘Die paar rotregels. Daar maak je toch geen boekje van? Ik was onzeker of mijn gedichten alleen genoeg waren voor een boekje, daarom wilde ik er ook foto’s bij’, legt Bob uit. ‘Via een vriendin kwam ik in contact met Olof en het klikte. Hij begrijpt wat ik schrijf en het lukte hem dat op een prachtige manier te verbeelden. Op een manier die niet voor de hand ligt. Olof wist de gelaagdheid goed te pakken.’

Het schiep een mooie combinatie van woord en beeld. Indringende teksten en beelden. Herkenbare tafereeltjes. Echt en puur moest het zijn. Ook de foto’s, waarvoor geen gebruik is gemaakt van modellen. Alle mensen die Olof heeft gefotografeerd komen uit zijn familie of vriendenkring. Dat maakt deze bundel bijna tot een soort testament, vertelt hij. Dit is mijn leven. In ieder geval tot nu toe.


Als dichter blijft hij zich ontwikkelen. Als schrijver en vertolker. Podiumvrees kent hij niet en zo groeit zijn bekendheid en zijn publiek. Hij won de tweede prijs tijdens de poëziewedstrijd op de kunstmanifestatie Ezels en Kwasten. Niemand kan meer om Bob heen. Niet in de IJmond in ieder geval en wie weet…Een tweede bundel komt er zeker.

Het leven lacht me toe, vertelt hij zelf. De liefde heeft hem veel verdriet gebracht, maar het dichten bracht troost en opende een nieuwe weg. In zijn eigen woorden: er is niks mooier dan onbeantwoorde liefde. De realiteit kan nooit zo mooi zijn als de droom. En die leeft voort in mijn gedichten.

‘Het is gelukkig niet bewolkt vandaag’ door Bob Blinkhof en Olof Wessels verscheen bij Uitgeverij IJmond en is verkrijgbaar in de boekhandel en via bol.com. Tekst interview: Jacky de Vries Foto’s: Olof Wessels

Share