‘Politieke partijen zijn achterhaald’

Bert Blase, burgemeester van Heerhugowaard, schreef ‘Het verhaal van de wereld’, dat vorige maand uitkwam. In dit boek toont hij zich een vurig voorstander van de nieuwe democratie, waarin er meer gebruik gemaakt wordt van de kennis in de samenleving en burgers meer betrokken zijn bij het bestuur.

‘’Misschien moet ik het scherper zeggen: de traditionele politiek is failliet. Niet financieel, maar qua oplossend vermogen en gebrek aan innovatie. Politieke profilering, dwangmatig zoeken naar verschil, en doorgeschoten competitiedrang staan oplossingen vaker in de weg dan dat ze die dichterbij brengen. Ons politieke systeem is regelmatig een hindernis voor goede oplossingen en maar zelden de stimulator ervan. Ingrijpen – snel evolueren – is noodzakelijk om te blijven aansluiten bij de behoefte van de samenleving.’’

Blase uit zich in duidelijke taal als het gaat om zijn toekomstvisie. Toch is ‘Het verhaal van de wereld’ niet alleen een politieke analyse, maar heeft hij deze ingebed in een levendige en prachtig geschreven roman.

Dat zou sommige lezers aanvankelijk op het verkeerde been kunnen zetten. ‘Het verhaal van de wereld’ is immers een boek van een van de voormannen van Code Oranje, een groep van bestuurders, politici en onderzoekers die voor bestuurlijke vernieuwing pleit en voor verandering van de politieke democratie.

Toch heeft Blase in mijn ogen de juiste vorm gekozen. Dat hij niet een gortdroog verhaal voorschotelt van een bestuurder, maar een verhaal dat een beroep doet op de verbeeldingskracht van de lezer, versterkt de boodschap van Blase. Hij heeft niet de wijsheid in pacht, wijst niet met een belerende vinger, maar trekt je mee in zijn zoektocht. Voor mij als lezer maakt dat dit boek uitermate integer overkomt.

,,Ik heb heel bewust gekozen voor deze vorm’’, bevestigt Blase, als ik hem spreek op het gemeentehuis in Heerhugowaard. ,,Ik wil geen blauwdruk bieden van hoe het moet. Daar heb ik natuurlijk wel ideeën over, maar aan de vraag ‘hoe?’ gaat voor mij een andere vraag vooraf: ‘Waarom?’ Eerst komt het verhaal, moeten we doorvoelen wat er in deze tijd gebeurt, in deze samenleving, en waarom verandering nodig is.’’

Het boek is opgebouwd als een drieluik. Drie verhalen die uiteindelijk samenkomen in een beeldende apotheose. Blase vertelt het verhaal over zijn voorouder, de Zwitser Johannes Barrenn, die in de zestiende eeuw leeft. Een roerige periode van verandering, waarin het fundament is gelegd voor de Verlichting en onze huidige democratie. Met een ander verhaal, dat van Nathan, maakt Blase de vergelijking met deze tijd, als kantelpunt naar een nieuwe democratie. Nathan probeert zijn eigen weg te vinden en wordt meegezogen in de vrijheidsstrijd in Oekraïne.

De derde verhaallijn zijn de aantekeningen van de burgemeester zelf, aan de hand van voorvallen in zijn dagelijks leven brengt hij uiteindelijk op vernuftige wijze alle verhalen samen.

,,De gebeurtenissen die ik beschrijf zijn de bouwstenen geworden van hoe ik over openbaar bestuur ben gaan denken’’, vervolgt Blase. ,,Het verhaal van deze tijd en wat dat met mij doet, komt dieper bij je binnen en is zo veel wezenlijker dan het geven van een politieke analyse. Grote veranderingen vragen om verbeeldingskracht en we staan als samenleving nog maar aan begin van ontwikkelen van die verbeeldingskracht. We zijn nog aan het oefenen, we zijn de grenzen aan het oprekken. Dat gaat niet met een grote sprong, maar is een optelsom van miljoenen kleine bewegingen.’’

De essentie van de boodschap is dat het huidige politieke systeem is vastgeroest en niet meer aansluit op de behoeften binnen de samenleving. Politici zijn vaak vooral met zichzelf bezig. Burgers voelen zich niet betrokken. Kennis die in de samenleving zit wordt niet benut. Het openbaar bestuur zou op hoofdlijnen moeten kunnen besturen en de initiatieven vanuit de samenleving moeten faciliteren. Politici zouden hierdoor weer ruimte krijgen voor de grotere vraagstukken. Blase biedt in zijn boek een nieuw adagium:

‘’We zijn op weg naar een samenlevingsmacht. Iedereen is coarchitect. We denken in oplossingen. We geven ons leven betekenis. We delen de kelder en het terras.’’

,,Politieke partijen als intermediair zijn een achterhaald concept’’, legt Blase uit. ,,Verander mee of word marginaal. Het in stand houden van jezelf mag nooit een doel op zich zijn voor een politieke partij, maar kijk naar wat de samenleving nodig heeft.’’

,,Ik heb een fantasie dat je het gemeentehuis uiteindelijk niet meer nodig hebt’’, gaat hij verder. ,,Het kan. In Molenwaard hebben ze het stadhuis al afgeschaft. Medewerkers van de gemeente werken daar echt in en vanuit de gemeenschap. Er zit zoveel ervaring in de samenleving. Van geschoolde mensen en kennis op basis van levenservaring. Of een mengvorm. Mensen vinden het prima om zich voor de samenleving in te zetten. Geef ze de ruimte en ze pakken het op. Als je op die manier naar de samenleving durft te kijken, kun je beginnen met de zaken anders te gaan organiseren.’’

Het is niet meer de vraag of het gaat gebeuren. ,,In mijn ogen is het onontkoombaar dat de verandering gaat plaatsvinden. Dit boek draagt hopelijk bij aan bewustwording dat het al aan het gebeuren is. Ik hoop dat hierdoor iedereen zijn eigen steen gaat bijdragen. Niet iedereen hoeft meteen een dam te bouwen, verleggen van een steen kan al genoeg zijn. Het Is geen toevalligheid dat dit gaande is, dat veel mensen inmiddels zo denken. We hebben het niet over een hype. Het is niet alleen van mij of van anderen. Het is iets waar we collectief sturing aan geven. Het is beweging die gaande is en uit de samenleving zelf komt.’’

Als burgemeester van Heerhugowaard zit Blase zelf diep in het systeem. Hij maakt er deel vanuit. Het gemeentehuis van Heerhugowaard oogt niet meteen als een plek van grote veranderingen. Het is een gemeentehuis als alle anderen.

,,Mensen vragen me wel eens waarom ik niet uit het systeem stap. Mijn gevoel is dat ik juist van binnenuit de verbinding kan maken, beter kan bijdragen aan de veranderingen. Wat ik doe en schrijf, kan ik júist omdat ik burgemeester ben en veel om me heen zie gebeuren. Als ik dat niet zou zien, zou ik blind zijn.’’.

Dat betekent niet dat alles vanzelf gaat. ,,Ik word ook wel eens afgeremd. Er zijn ook weerstanden tegen de beweging die plaatsheeft. Mensen kunnen bang zijn om hun positie te verliezen, missen de verbeeldingskracht of zien het gewoon anders. Ik heb in mijn functie hoe dan ook te maken met andersdenkenden.’’

,,Ik wilde in deze gemeente graag de mensen de kans geven om tijdens verkiezingen niet alleen op een politieke partij te stemmen, maar ook op een thema. Een thema dat we ophalen uit de samenleving. Door een top drie van belangrijkste kwesties te kiezen kon je als burger de politici een richtlijn bieden, maar dat ging de gemeenteraad hier te ver. De fracties vonden dat het aan de politiek is om die prioritering aan te brengen. Dat vind ik niet erg, maar wel jammer.’’

Uiteindelijk is de bewonersagenda er wel op een andere manier gekomen. ,,Als burgemeester heb je ook veel mogelijkheden. De thema’s komen weliswaar niet naar het stemhokje, maar zijn wel op een agenda gezet die we hebben aangeboden aan de gemeenteraad. Zo worden ze wel onderdeel van de campagne en van de verkiezingen.’’

De beweging lijkt zich nog sluimerend door de samenleving te bewegen, maar is wel degelijk een belangrijk gespreksonderwerp onder bestuurders, weet Blase. ,,Er is geen gemeente die er niet mee bezig is. Ik heb workshops gegeven aan burgemeesters. Sommigen zijn heel enthousiast, anderen aarzelend. Niettemin zijn ze allemaal bezig met dit vraagstuk. Iedere gemeente krijgt ermee te maken.’’

,,Kijk goed om je heen wat er allemaal gaande is. Neem Dokkum, waar een groep mensen een demonstratie probeerde te voorkomen en een boete kreeg. De inwoners van Dokkum organiseerden een crowdfunding om de boete te betalen. Ik wil niet zeggen dat je het recht aan de kant moet zetten, maar wel je ogen open moet houden en moet zien hoe de samenleving opstaat. Als je daar niets mee doet zul je confrontaties krijgen. Burgers willen betrokken zijn bij vraagstukken en meesturen. Als je dat niet organiseert gebeurt het toch, maar dan ongeorganiseerd. Dan kun je het beter faciliteren.’’

Het is volgens Blase niet een kwestie van een route tot in detail uitstippelen, maar een leeromgeving creëren. Het lef hebben dus om te experimenteren. ,,We weten niet precies hoe het gaat, alleen waar we naartoe willen. Laten we dan gaan oefenen in die richting, ook al zal dat soms misgaan. Dan is het zaak om niet op te geven.’’

Dat doet mij denken aan een treffend voorbeeld in Beverwijk. Het Huis van de Buurt was een buurthuis in Oosterwijk, dat werd opgezet als bewonersinitiatief en werd geleid door een van de bewoners. Dat bleek geen succes. Er werd geklaagd over overlast en de gemeente deed de deur dicht. Vervolgens gebeurde er niets.

Blase kent dit voorbeeld niet, maar geeft wel goede raad: ,,Oefenen betekent dat het ook mis kan gaan. Ga er dan niet met een belerende vingerwijzing in zitten, maar probeer er achter te komen wat er misging. Leer daarvan en probeer het met die kennis nog een keer. ‘’

Wie goed om zich heen kijkt, ziet dat op veel plekken wordt geëxperimenteerd met een nieuwe vorm van democratie. Molenwaard heeft zoals gezegd geen stadhuis meer. In de gemeente Hollands Kroon werken ambtenaren vooral buiten het gemeentehuis. In de samenleving, met de samenleving. ,,Eigenlijk heel logisch. We hebben een veel dynamischere maatschappij dan vroeger, een netwerksamenleving. Ook daar zie je echter dat het niet allemaal vanzelf gaat. Ook daar moet wel eens een wethouder aftreden. Dat het schuurt mag geen probleem zijn, maar hoort erbij. Ook in Heerhugowaard zijn er mensen die vinden dat ik te snel ga en remmen me dan een beetje af. Daar moet ik tegen kunnen.’’

Gemeentebesturen moeten zichzelf dus de ruimte geven om van fouten te leren. ,,Wat je leert komt bij een ander terecht en daardoor hebben andere initiatieven er weer baat bij. Zo schuift de voorhoede op. Dat gebeurt voortdurend. In de nieuwe democratie was als kinderziekte ingevaren dat je enkele betrokken burgers meer zeggenschap geeft, waardoor er een select gezelschap ontstaat. Inmiddels zijn er daardoor methodieken ontwikkeld waardoor dit niet meer hoeft te gebeuren.’’

Het vraagt niet alleen een andere houding van de bestuurders, maar ook van de burger. Een wethouder bijvoorbeeld is niet iemand die alle problemen oplost en overal een antwoord op heeft. De samenleving heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Het bestuur faciliteert deze zelfredzaamheid en bewaakt de grote lijnen.

‘’Het is ook geen eenvoudige beweging: de macht die wordt gespreid en gedeeld. Van één idee naar variatie, van uniformiteit naar veelkleurigheid, van één waarheid naar een onnoembare veelheid van ideeën. Het vraagt de eigen waarheid te relativeren; het eigen belang naast dat van de ander te zien, in plaats van erboven. Het vraagt om loslaten, plezier zien in verandering, zelfvertrouwen en willen delen. Het uit zich in voortdurende stappen groot en klein. Het gaat om herschikking van belangen. Om ruimte te geven aan al die miljarden coarchitecten. Het is een idee dat peutert aan alle bestaande structuren.’’

,,Ik hoop dat mijn boek inspireert, want veranderen is niet makkelijk. De overeenkomsten tussen onze tijd en de roerige zestiende eeuw ben ik gaandeweg gaan begrijpen. Wat voor ons nu zo vanzelfsprekend is, werd toen stap voor stap ontdekt en uitgeprobeerd. Dat ging met vallen en opstaan. Dat ging gepaard met pijn. Ook in deze tijd moeten we met de veranderingen leren omgaan, nu we bezig zijn om de volgende fase van onze democratie uit te vinden.’’

De samenleving is een zwerm die je niet moet willen temmen, maar wel richting nodig heeft. Ruimte bieden en vertrouwen geven zijn mijn uitgangspunten. Dat is geen kwestie van naïviteit. Ik heb geen droombeeld van de maatschappij. De bevoegdheden die ik heb als burgemeester, zoals het inzetten van de ME of het uit huis plaatsen van mensen, gebruik ik ook als dat nodig is. Wat ik wel zie dat we samen alles beter kunnen maken. In een wereld waarin mensen meer betrokken worden en meer ruimte krijgen om mooie en dedingen te doen.’’

Jacky de Vries

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *