‘Smaaktheater is voedsel voor de geest’

Sylvia Brandse is zangeres en theatermaker uit Wijk aan Zee. Ze is een van de bedenkers en regisseurs van het Smaaktheater, dat te zien is tijdens de eerste editie van de Smaakmarkt op vrijdag 6 juli 2018. Een portret.

Door Jacky de Vries

“We waren aan het brainstormen. Waar zou het Smaaktheater over moeten gaan? Over voeding natuurlijk. De Smaakmarkt draait nu eenmaal om eten. Ook ik wil de bezoekers voeden, maar dan anders. Met ‘food for thought’, geïnspireerd op een lied van Erykah Badu. Dat nummer heeft een mooie boodschap: ‘Ik heb voedsel in mijn tas voor jou. Geen fysiek voedsel, maar mentaal.’

Het voedsel dat ik met Smaaktheater wil bieden is communicatie. Ontmoet elkaar, dat is mijn boodschap, zonder belerend te willen zijn. Daarvoor gebruik ik twee filosofen: de aanklager en de verlichte geest, meer wil ik er nog niet over zeggen. Je moet gewoon komen kijken.

Elkaar ontmoeten, daar gaat het in essentie ook om bij de Smaakmarkt. Het fysieke voedsel is slechts een middel, maar het gaat om het uitwisselen van gedachten. Dat sluit aan bij wat we hier in Wijk aan Zee hebben meegemaakt met Sonnevanck, wat een vrijplaats was en een ontmoetingsplek. Je kon er eten en drinken, maar je kwam er vooral om mensen tegen te komen,

Achttien mensen hebben we bereid gevonden om mee te doen met het Smaaktheater. Verschillende mensen, jong en oud, met en zonder speelervaring. We gaan niet op een podium staan, maar gebruiken de omgeving, het Julianaplein. De fontein uiteraard, maar ook de bushalte. Het is inmiddels best een groot project geworden. Ik werk aan drie grote scènes. Ciel van Aalderen, ook een theatermaker uit het dorp, heeft haar eigen project, met kleine interacties op het plein. Een mooie wisselwerking, want terwijl ik meer van de grote beelden ben, is zij is vooral van de intimiteit.

Het idee was dat ik zelf ook mee zou gaan zingen en spelen, maar ik kreeg al snel door dat het niet te combineren is met de taak van schrijver en regisseur. In eerste instantie regelde ik ook alles eromheen en was ik er bijna dag en nacht mee bezig, nu hebben we gelukkig iemand bereid gevonden om het regelwerk te doen. Dat biedt rust. Mensen kennen me vooral als zangeres, maar in de uiteindelijke uitvoering heb ik een ondergeschikte rol, ik zing wel, maar alleen in het begin, tussen het publiek.

Fantasie

Op mijn achtste wist ik dat ik zangeres wilde worden. Waarschijnlijk al eerder, er waren namelijk dingen gebeurd in mijn leven die me de drang gaven om in een fantasie te leven. Die balans tussen fantasie en werkelijkheid is trouwens nog altijd lastig voor me. Rond mijn achtste kreeg ik door dat de mensen die op dat podium stonden een vak uitoefenen. Dat zou ik dus ook kunnen leren. Toen heb ik gebeden voor een stem waarmee ik zou kunnen zingen.

Dat is gelukt. Ik ga dat niet over mezelf zeggen dat ik een mooie stem heb hoor, dat is aan de ander om te bepalen. Hij is in ieder geval functioneel, want ik kan er mee doen wat ik wil en daar ben ik heel gelukkig mee.

Billie Holiday is een van mijn favoriete zangeressen. Ik was zestien toen ik haar ontdekte. Mijn vader liet een film zien over haar leven en dat maakte grote indruk op me. Daarna ging ik cd’s van haar kopen om me te verdiepen in de liedjes.

Op een gegeven moment kwam ik het nummer Strange Fruit tegen. Prachtig, dat wilde ik graag zingen. Ik liet het horen aan iemand uit het dorp, maar zij vertelde me dat je daar niet aan mag komen. Niet als je niet zoveel geleden hebt als Billie. Om Strange Fruit te kunnen zingen moet je echt diep gegaan zijn.

Jacques Kloes

Ik durfde pas aan Billie Holiday te komen nadat Jacques Kloes was overleden. Hij was mijn muzikale papa en heeft me op een hoger level gebracht. Onder meer door me op het pad te brengen van de Ruud Jansen Band. Jacques spoorde me aan om auditie te doen. Ik zong wel eens met bandjes op kleine podia en in Sonnevanck, ook samen met hem. Meer niet. Tot mijn eigen verbazing werd ik uitgekozen en bij Ruud Jansen kwam ik op het grote podium terecht en zong ik ineens voor geld. Toen werd het werk en kon ik mijn kantoorbaantje opzeggen.

Met Jacques heb ik veel gesprekken gehad over van alles. Het leven, over filosofie en dat je kunst beoefent omdat je niet anders kan. Op welk podium dan ook. Hij had thuis een plaatje op het toilet hangen. Een inkttekening van een uitvaartstoet in New Orleans, met een brassband.

Toen Jacques overleed, stond dat plaatje op zijn rouwkaart. Kort erna overleden nog twee andere dierbaren van me. Dat was vlak voor het Jutterspad en ik wilde graag meedoen. Mijn vriend vroeg me: ‘Wanneer ga je nu Billie zingen? Wanneer ga jij je hart volgen?’ Ik twijfelde nog steeds. Heb ik genoeg meegemaakt? Hij geloofde in me en zei dat ik het moest doen, mijn hart moest volgen.

Net als op die tekening, wilde ik door de straten van Wijk aan Zee lopen, met allerlei muzikanten om me heen. Ik kon helaas niet genoeg blazers vinden, want het was kort dag, dus ging dat gedeelte niet door. Het leidde wel tot Sillie Holiday, waarin ik liedjes zong van Billie. Sillie heeft een dubbele betekenis. Het verwijst naar mij, want zo noemde mijn familie in Brabant me als kind. Het betekent ook dat het misschien toch een beetje gek is wat ik doe. Ik doe het gewoon, durf het en ga Billie zingen. Toch heb ik me aan Strange Fruit nooit gewaagd. Dat komt misschien nog.

Sillie Holiday smaakte naar meer en eind vorig jaar speelde ik in Wintervlinders, met liedjes en een verhaal. De eerste voorstelling die ik zelf verzon, schreef en speelde. Doodeng vond ik dat. Ik heb toch doorgezet. Wat is het ergste dat me kan overkomen, bedacht ik me. Dat mensen boe roepen, me uitlachen en weglopen. Wat is dan de realiteit? Dat ik de volgende dag mijn kinderen weer naar school breng en dan is iedereen het vergeten. Dan gaat het leven gewoon door. Dus deed ik het. Toen ik applaus kreeg en de mensen gingen staan, wilde ik meer. Dat werkt zo verslavend. Wintervlinders maakte ik met Ciel van Aalderen, met wie ik ook het Smaaktheater doe.

Het is fantastisch om de beelden in je hoofd werkelijkheid te zien worden op het podium. Toen ik het prentenboek Wintervlinders las zag ik er ook meteen een voorstelling in. Een prinses voor wie de wereld te groot is en te druk, die zich verstopt in een ivoren toren en daar gaat schrijven en schilderen. Ze beschildert honderden vlinders en gooit die naar buiten, ze dwarrelen naar beneden en belanden in de sneeuw. De mensen klappen en juichen, want ze kregen nooit eerder een geschenk van hun prinses. Een jongen belooft haar een roos voor elke vlinder en zo krijgt ze weer contact met de wereld beneden. Vanuit haar eigen kracht.

Dat is eigenlijk het thema in mijn leven. Ik vind het soms lastig om naar buiten te treden. Grote groepen vind ik imponerend. Zelfs op het schoolplein. Dan weet ik even niet wie ik ben en wil ik mezelf terugtrekken in de kunst, in zingen en schilderen.

Het Smaaktheater is in die zin doodeng voor me eigenlijk, zo druk. Dat is een grote stap voor me, maar toch ook weer niet. Ik ga de menigte in op een manier waarbij ik me veilig voel. In een rol en setting die ik zelf regisseer.

Binnen Smaaktheater probeer ik volop gebruik te maken van de diversiteit van de deelnemers. Tijdens de eerste bijeenkomst in de Grote Kerk hebben we kennis gemaakt. Ik vroeg ze toen hun naam te noemen en daar een beweging bij te maken. Dan zie je meteen met wie je te maken hebt. De een vindt het eng en houdt het klein, de ander maakt het groot.

Gebarentaal

Ik heb toen ook goed naar de stereotypen gekeken. Wat doen we met de grote meneer, de wijze vrouwen of de jonge meisjes. Sam bijvoorbeeld, hij is doof en spreekt met gebarentaal. Nina begrijpt hem en het kan zijn woorden vertalen. Dat is te mooi om niet te gebruiken. Dat zijn allemaal bouwstenen geworden voor de voorstelling.

Tijdens de eerste bijeenkomst werd ook de vraag gesteld: ‘Waarom doe je mee?’ Sommigen zeiden: ‘Het biedt een mooi tegenwicht tegen de smaakmarkt, anders dreigt het zo groot en commercieel te worden’. Die geluiden hoor je natuurlijk om je heen, hoewel iedereen het heerlijk blijft vinden om erbij te zijn. Maar welke kant moet het op? Die vraag blijft. Dat heb ik ook meegenomen in mijn verhaal.

Het is een spannend proces. Je hebt iets in je hoofd en hoe krijg je dat helder voor de mensen met wie je werkt. Ik heb nog nooit met zoveel mensen gewerkt. Je krijgt in zo’n groep ook met andere ideeën en inzichten te maken. Mensen hebben een mening en laten die ook horen. Dan ga ik erover nadenken en soms geef ik ze gelijk. De andere keer houd ik voet bij stuk, als dat nodig is om mijn boodschap in stand te houden. Gelukkig is daar dan ook begrip voor.

Er zit een vleugje Holiday in het Smaaktheater. Het is een lichte zedenpreek. Dat deed Billie ook, ze stopte haar aanklachten in een mooi jasje. Ik ben eigenlijk ook een moralist, maar wil het niet zwaar laten klinken. De kunst is daar een prachtig middel voor.

Wat er na dit project komt weet ik niet. Er zijn wel ideeën. Al lange tijd speelt het idee in mijn hoofd om een soort van Jutterspad te organiseren, maar dan met theater. Kleine voorstellingen maken met allerlei mensen en dat op diverse locaties uitvoeren. Toen Saskia van der Meij me benaderde om theater te maken tijdens de Smaakmarkt, was dat de kans om een deel van die droom te realiseren, door samen met vrijwilligers kleine scènes te maken en te spelen.

Als ik dit soort mooie projecten nog een paar keer mee zou mogen maken, is dat prachtig, maar een einddoel heb ik niet. Dat vind ik eng. Vroeger vroegen ze me vaak: ‘Wat wil je met het zingen bereiken, Sylvia?’ Dat weet ik niet. Het brengt me op een pad en dat pad laat me zien wat er gebeurt. Ik geloof stiekem wel in de engelen die me de juiste kant op sturen. Daar vertrouw ik op.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *