Participatie is een breed begrip

Adrie Winkelaar over enkele en dubbele participatie

PARTICIPATIE is een heet hangijzer binnen de hedendaagse politiek. De inwoners moeten vooral meedoen en meebeslissen. Dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Willen de bestuurders het echt? Hoe werkt het dan? Hoe zien de inwoners het? Wat is de rol van de ambtenaren? De Vrijstaat Roetz vraagt de komende maanden diverse gastschrijvers om over dit onderwerp te publiceren. Deze bijdrage is van Adrie Winkelaar. Hij woont in Heemskerk, was werkzaam op het gebied van coating technologie, maar Winkelaar is ook bekend als musicus. Als inwoner van Heemskerk was hij actief binnen diverse bewonersgroepen en maatschappelijke instellingen.

Overal om mij heen wordt geroepen om te participeren. We moeten deelnemen aan de inspraak, we moeten meedenken met de gemeente, we moeten actief zijn in de samenleving, terwijl we midden in de revolutie zitten van de sociale media en leven in een online wereld. Men kan zich afvragen wat met al die participatie wordt bedoeld. Moeten we fysiek participeren in groepen bij de gemeente, in de buurt of bij instellingen, of kunnen we ook online participeren en hoeven we ons huis niet meer uit? Participatie kan van verschillende kanten worden bekeken.

Brede betekenis

Participatie is een breed begrip. Het betekent deelnemen aan iets, maar waaraan precies? En waarom moet ik deelnemen, wanneer en met wie? De Participatieraad van de gemeente roept op om een brug te slaan tussen gemeente en bewoners. We kunnen meedenken met de gemeente over de voorzieningen en over de besluiten die ze nemen. Maar daar is toch een gemeenteraad voor die namens ons de kwaliteit bewaakt van de voorzieningen en het beleid van de gemeente bepaalt en corrigeert? Bovendien kunnen we tegenwoordig alles volgen op de sociale media en dat van commentaar voorzien. Je kan zelfs anoniem participeren op sociale media en je mening overal te pas en te onpas weergeven.

Het woord inspraak schiep teveel verwachtingen

Onder participeren wordt niet alleen verstaan dat we kunnen meedenken en meepraten. We kunnen ook kijken wat er gebeurt en we kunnen meedoen als er iets van ons wordt verwacht. Je participeert in een sportvereniging, je participeert in een kerkgemeenschap, je doet mee met een muziekgroep, je bent een onderdeel van een filosofiegroep, allemaal plekken waar je kunt participeren. Naast deelnemen is participatie de historische opvolger van het woord ‘Inspraak’ van eind vorige eeuw. Het woord inspraak schiep te veel de verwachting, dat mensen iets te vertellen hadden en waar men iets mee moest doen. Vooral bij de inspraak van bewoners bij de publieke besluitvorming schiep dit verwarring. Participatie houdt het algemener en legt de verantwoordelijkheid bij de persoon zelf. Je participeert of je participeert niet.

Bewonersparticipatie

Een goede, maar ook een oude definitie van bewonersparticipatie is ‘actief burgerschap’. Het gaat om de relatie tussen overheid en burgers, tussen bewoners en corporaties, maar vooral tussen bewoners onderling in de eigen buurt. Het is zowel meepraten als meedoen. Er worden vijf punten genoemd die bij bewonersparticipatie aan de orde zijn: (1) interesse tonen in medebewoners en in allerlei functionarissen die actief zijn voor bewoners, (2) een dialoog met elkaar aangaan ook al heb je niet dezelfde standpunten, (3) bureaucratie wegnemen en niet aan allerlei voorwaarden moeten voldoen, (4) een beetje subsidie kunnen ontvangen om samen met medebewoners iets te kunnen ondernemen zonder dat je je eigen geld ervoor moet inzetten en (5) een inhoudelijke bijdrage leveren met nieuwe kennis en nieuwe ontwikkelingen erkennen, die overal om ons heen gaande zijn. 

Door veel professionals, die de processen van bewonersparticipatie begeleiden, wordt tegenwoordig uitgegaan van de mensen om wie het gaat. Zij richten zich op individuen en mijden vertegenwoordigers van bewonersgroepen. Dit is geen goede ontwikkeling omdat hiermee te veel invloed aan de professionals wordt toebedeeld, die uiteindelijk door de overheid of door de betreffende organisaties worden betaald.

Ook vertegenwoordigers van bewoners richten zich op mensen waarom het gaat, hoewel dikwijls eigen belang ook een rol speelt.

De kracht van de eigen straat of buurt

Bewonersparticipatie gaat niet vanzelf. Je doet het met medebewoners en met kennis en kunde uit de buurt. Hiervoor moet je jezelf open stellen en ontvankelijk zijn voor de inbreng van anderen. In elke straat en buurt is een geweldige potentie aanwezig van kennis en kunde. Jonge mensen die studeren en de wereld ontdekken, maar ook oudere mensen die allerlei interessante beroepen hebben uitgeoefend waarmee zij ervaring hebben opgedaan. Niet alleen jong en oud vullen elkaar aan, maar ook mannen en vrouwen die bij het oplossen van problemen dikwijls een andere benadering hebben.

Een grote belemmering kunnen de sociale media zijn, die op afstand allerlei informatie over mensen uitstorten zonder een goede dialoog met elkaar te voeren. Ook tonen sociale media niet veel interesse voor de betreffende personen zelf, waardoor een belangrijke voorwaarde voor bewonersparticipatie ontbreekt. Bewonersparticipatie doe je met elkaar waardoor een wij-gevoel ontstaat en je de achtergronden van elkaar leert begrijpen.

Dubbele participatie

Bij participatie gaat men ervan uit dat men ergens aan deelneemt. Men neemt deel aan een groep of aan een organisatie. Dikwijls is dat eenzijdig en redelijk passief; men gaat naar een buurtgroep, naar een sportvereniging, een kerkgemeenschap of muziekvereniging om met gelijkgestemde iets te doen. Je doet dat omdat je er zelf zin in hebt of dat je er een belang bij hebt. Eigenlijk is participatie iets doen voor jezelf. Mooier zou het zijn als je met de opgedane kennis en ervaring bij een sportvereniging ook de sport met buurtgenoten, kennissen of familie kan delen. Je houdt de kennis en ervaring niet voor jezelf, maar gaat dat overdragen aan buurtgenoten die niet aan sporten toekomen of daar de fut of het geld niet voor hebben. Ook deelnemen aan een kerkgenootschap heeft twee kanten. Je gaat naar de kerk om je te bezinnen aan de hand van geschriften en verhalen, maar je krijgt er ook iets van mee. Een kerkgemeenschap leert  om om te kijken naar armen en mensen die in eenzaamheid leven. Naastenliefde wordt in elke religie gepredikt waarna men verwacht dat men dat in de praktijk brengt. Ook muziek maken in een muziekschool kan twee kanten hebben. Je leert vaardigheden waarmee je jezelf verrijkt, maar waarmee je ook je buren of medebewoners kunt amuseren en verrijken. Participatie wordt dan een dubbele participatie om ook iets te doen voor anderen met de verworven kennis en ervaring. Je kan dus onderscheid maken tussen sociale participatie, het overdragen aan anderen, én egoïstische participatie om het alleen voor jezelf te houden.

De samenleving

De meeste mensen zijn zich niet bewust van de processen die plaatsvinden als zij ergens in participeren. Als we iets leren, doen we dat voor onszelf om er beter of gelukkiger van te worden. Vooral in een liberale en kapitalistische samenleving worden we opgevoed en opgeleid om zelf te presteren. Toch gaat het in een samenleving altijd om geven en nemen. Zelf leren en voor je eigen belang opkomen, maar ook kennis delen met anderen en je voor anderen inzetten. Dat is echt nodig als we zien dat de kloof tussen arm en rijk alsmaar toeneemt, dat de kloof tussen actieve en passieve mensen toeneemt door eenzaamheid en geïsoleerdheid, dat mensen met een sociaal gevoel voor anderen afneemt ten gunste van de eigen bubbel waarin mensen steeds meer leven.

Start typing and press Enter to search